ACTUEEL
Krimpt Een nationaal probleem in de uithoeken van Nederland
vrijdag, 19 februari 2010 00:00
De bevolkingsdaling in Nederlandse regio’s baart zorgen. Morgen praten deskundigen erover. Wat te doen tegen leegstand en verpaupering? Of is krimp een overschat probleem?
Den Haag, 16 juni. Een tikje depressief. Zo voelde minister Van der Laan (Wonen, PvdA) zich begin dit jaar na een werkbezoek aan Heerlen en Maastricht, vertelde hij de Tweede Kamer. In Zuid-Limburg zag hij wat hij als Randstedeling zelden tegenkomt: leegstaande huizen, dichtgespijkerde winkels, scholen die sluiten, en bedrijven die wegtrekken.
De minister toonde zich geschokt door de gevolgen van de bevolkingskrimp. Hij benoemde het gelijk tot nationaal probleem. Morgen praten bestuurders en experts over de bevolkingsdaling op een ‘krimptop’ in Rotterdam.
Minder kinderen
Regio’s als Limburg, Zeeuws-Vlaanderen en Oost-Groningen kampen nu al met krimp, andere gebieden volgen. Voor 2025 krijgt 60 procent van de Nederlandse gemeenten ermee te maken. Hoofdoorzaak: vrouwen krijgen minder kinderen. In de sterkst krimpende gebieden komt daar nog iets bij: jongeren trekken weg, ouderen blijven achter.
De bevolkingsdaling heeft voor de betrokken gemeenten grote gevolgen, vooral financieel. Groeigemeenten kunnen geld verdienen met de verkoop van bouwgrond, krimpgemeenten niet. Inkomsten uit onroerendezaakbelasting nemen bij krimpgemeenten af omdat huizen minder waard worden. Verder werkt de verdeling van rijksgeld vaak in het nadeel van krimpgemeenten. Zo krijgen scholen geld op basis van het leerlingenaantal. Minder leerlingen: minder geld. Daarnaast is de uitkering uit het Gemeentefonds deels gebaseerd op inwonertal.
Ook particulieren voelen de consequenties. De waarde van hun woning daalt, verkoop ervan duurt langer of blijkt onmogelijk. Corporaties zien leegstand en verpaupering.
Dalende inkomsten
Kortom: in krimpgemeenten dalen de inkomsten, terwijl de uitgaven hetzelfde blijven of zelfs toenemen, bijvoorbeeld omdat leegstaande gebouwen en huizen gesloopt moeten worden.
Wat is daar tegen te doen?
Zoals er geld is voor Vogelaarwijken, moet er ook geld komen voor krimpgemeenten, zegt Wim Derks, onderzoeker aan de Universiteit Maastricht en mede-oprichter van het Kenniscentrum voor Bevolkingsdaling en Beleid. De regio’s moeten dan zelf met „creatieve oplossingen” komen om de gevolgen van krimp tegen te gaan. Zo zouden voorzieningen kunnen worden samengevoegd.
Verder moet goed worden gekeken naar hoe de huidige wet- en regelgeving uitpakt voor krimpgebieden. Het Topteam Krimp, bestaande uit oud-minister en oud-VVD-leider Hans Dijkstal en voormalig burgemeester Jan Mans (PvdA), komt deze zomer met aanbevelingen. Van der Laan wil daarna een landelijk ‘actieplan krimp’ presenteren.
Is dat voldoende?
Nee. Krimp moet bij veel gemeenten ook og ‘tussen de oren’ komen. De Raad voor het openbaar bestuur en de Raad voor de financiële verhoudingen rapporteerden vorig jaar dat krimp „door sommigen wordt gezien als bestuurlijk falen. De eerste reactie van bestuurders is ontkenning, de tweede reactie pogingen om daling van het inwonertal te voorkomen of te stoppen.”
Concurrentie
Gemeenten in krimpregio’s concurreren met elkaar om de schaarse inwoners en proberen gepensioneerde Randstedelingen te trekken die rust en ruimte zoeken. Maar er zijn simpelweg niet voldoende bewoners. De provincie moet daarom volgens Derks gemeenten ervan overtuigen dat ze in termen van krimp, en niet van groei, moeten gaan denken.
Toch is niet iedereen ervan overtuigd dat krimp zo’n groot probleem is. Pieter Hooimeijer, hoogleraar demografie aan de Universiteit Utrecht, stelt dat slechts drie regio’s met serieuze problemen kampen: Noordoost-Groningen, de oostelijke mijnstreek in Zuid-Limburg en het westelijke deel van Zeeuws-Vlaanderen. In de toekomst komen daar nog de rest van Zuid-Limburg en het noordelijk deel van Friesland bij. In deze gebieden is geen aanbod van hoger onderwijs, dus trekken hogeropgeleiden weg en komt er geen werkgelegenheid. Decennialang is geprobeerd hier nieuwe bedrijvigheid te genereren, maar dat is min of meer mislukt. „Deze gebieden zitten al heel lang in een neerwaartse spiraal”, zegt Hooimeijer. „Het is heel moeilijk dat te stuiten. Krimp is hier onvermijdelijk.”
Regionale verschillen
De rest van Nederland krijgt ook met krimp te maken, stelt Hooimeijer, maar veel minder erg. En deze krimp is regionaal te voorkomen door op andere plekken te bouwen. „Als je zoals minister Cramer (VROM, PvdA) vooral binnenstedelijk wil bouwen, dan is die krimp niet te voorkomen, zelfs niet in de Randstad. Maar zou je meer bouwen buiten de steden toestaan, dan heb je geen last van krimp. Het is gewoon een beleidskeuze.”
Eigenlijk verbaast het Hooimeijer dat krimp ineens weer zo in de belangstelling staat. „Krimp wordt gepresenteerd als een soort virus dat zich vanuit de bron, Zuid-Limburg, over ons land verspreidt. Dat klopt dus niet.”